Jaargang 31
September 2026

6

Wessel van Rijn

Toekomstgericht boeren begint met inzicht

Op een melkveebedrijf nabij Breukelen runt Wessel van Rijn (24) samen met zijn vader Arjan een familiebedrijf met 110 melkkoeien, bijbehorende jongvee en 18 pensionpaarden. Naast zijn werkzaamheden op het melkveebedrijf is vader Arjan dagelijks bestuurder bij het waterschap Amstel, Gooi en Vecht. Daardoor ligt de dagelijkse bedrijfsvoering op de boerderij grotendeels bij Wessel. ​​​​​​​

De aanpak van Wessel typeert een nieuwe generatie boeren: kritisch, datagedreven en voortdurend op zoek naar verbetering. Niet omdat het moet, maar omdat hij wil begrijpen hoe zijn bedrijf echt werkt. “Ik ben niet zo snel tevreden,” zegt Wessel.

 Ik heb veel vragen en wil weten hoe het in de praktijk zit. En als iets niet klopt voor mijn gevoel, wil ik dat kunnen onderbouwen.”

Emissiereductie begint bij efficiënt werken

Wessel is een ondernemer met een eigen koers, voor hem begint duurzaamheid niet bij grote woorden, maar bij efficiëntie. Op zijn bedrijf stuurt hij bewust op een laag ureumgehalte in de melk met behoud van weideganguren. “Alles wat efficiënt is, is eigenlijk voor iedereen beter,” legt hij uit. “Voor de koe, voor de mestkwaliteit, de bodem voor je voeraankoop en voor het milieu.”


Dankzij metingen in de melktank kan hij elke paar dagen bijsturen. Door slim te variëren met ruwvoer, beperkt maïs en ander krachtvoer houdt hij grip op het rantsoen. “Hoe meer knoppen je hebt om aan te draaien, hoe sneller je kunt schakelen en hoe stabieler je blijft.”


Naast het voeren zet Wessel in op weidegang en agrarisch natuurbeheer, zoals ecologisch slootschonen, slootkantenbeheer, baggerspuiten en het onderhouden van hakhoutbosjes. Ook beheren ze drie hectare grond voor Staatsbosbeheer, waar gemaaid wordt en koeien grazen. “Wij boeren zijn niet alleen voedselproducent, we zijn ook landschapsbeheerder” zegt hij. “Hier geldt echter wel: het moet uitvoerbaar en betaalbaar blijven, en voor die maatschappelijke diensten ontbreekt vaak nog een passende vergoeding.”

Met data het gesprek voeren

Wat Wessel onderscheidt, is zijn behoefte om aannames te toetsen. Hij raakte gefrustreerd door emissiecijfers in de Kringloopwijzer die gebaseerd zijn op oud onderzoek. “Er wordt met de Rav code gerekend die gebaseerd is op data uit studies van twintig jaar geleden van een zeer gering aantal stallen. Dan vraag ik me af: klopt dat nu nog wel?”


Die vraag was de aanleiding om zelf metingen te starten. Via een subsidie bij de provincie Utrecht heeft hij samen met adviseur Peter Vanhoof (Topmest), CLM Onderzoek en Advies en twee andere melkveehouders in 2024 het initiatief genomen voor een aanvraag voor een Europees Innovatie Partnerschap (EIP). Met behulp van Europees geld uit het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) worden nu stalmetingen op hun bedrijven uitgevoerd. Op zijn bedrijf worden onder andere ammoniakemissies en mestkwaliteit gemeten.

Wessel neemt sinds dit jaar deel aan het UMDL. Het is nog te vroeg om resultaten te benoemen, maar de aanpak sluit goed aan bij zijn overtuiging dat datagedreven werken richting geeft aan de bedrijfsvoering in de landbouw.


De metingen leveren verrassende inzichten op. Zo was door het slechte weer in 2024 het ruwe eiwitgehalte van het kuilgras lager dan normaal maar het suikergehalte hoger, dit resulteerde in een lager eiwitgehalte in de melk en de productie bleef iets achter, maar wel tot een hogere efficiëntie en ook tot erg goede kwaliteit mest, volgens Topmest. “Je ziet processen waar je eerder niet bij stilstond. Dingen waarvan je dacht dat ze logisch waren, blijken soms anders te werken. Dat zet je aan het denken.”

 Ik denk dat wij het beter doen dan waar op papier mee gerekend wordt en als dat niet zo is, dan moet ik zorgen dat het beter wordt.”

Niet roepen, maar onderbouwen

Volgens Wessel is meten niet alleen een leerinstrument, maar ook essentieel voor het gesprek met overheid en maatschappij. “Als we als boeren kritiek hebben op beleid, dan moeten we het ook kunnen onderbouwen. Zonder cijfers kun je geen discussie voeren.”


Hij is dan ook niet tegen doelsturing of emissiereductie op zich. Integendeel. “Ik vind het logisch dat we als sector onze impact moeten verkleinen. Maar het moet wel realistisch zijn.” Wat hem betreft betekent doelsturing dat je een ambitie stelt en daar stap voor stap naartoe werkt, niet dat je direct wordt afgerekend op doelen die deels buiten je eigen invloed liggen.


“Randvoorwaarde hiervoor is wel dat de vergunningen op orde zijn,” benadrukt hij. “Pas als er rechtszekerheid is zijn boeren echt bereid om te investeren en stappen te zetten.”

Het erf van de familie van Rijn, waar ze daarnaast ook drie hectare grond beheren voor Staatsbosbeheer, waar gemaaid wordt en koeien grazen.

Tegenwind als motor voor vernieuwing

De onzekerheid rondom regelgeving, vergunningen en toekomstperspectief heeft Wessel niet verlamd, maar juist geactiveerd. “Als alles zeker was geweest, was ik misschien met andere onderwerpen bezig geweest,” zegt hij eerlijk. “Het is de tegenwind die de vlieger doet stijgen.”


Die nieuwsgierigheid vertaalt zich ook in experimenten op het land. Zo is hij het afgelopen jaar gestart met bladbemesting op grasland, met als doel een hogere efficiëntie van stikstofopname te bereiken. “Ik zie soms al een probleem waar anderen nog routine zien,” zegt hij. “Dat is niet beter, maar wel hoe ik in elkaar zit.” Zo blijft Wessel voortdurend vernieuwen en bijleren.

Toekomstgericht boeren

Voor Wessel ligt de toekomst van de landbouw in beter begrijpen wat er op het eigen bedrijf gebeurt. “Meten zorgt ervoor dat je niet meer op gevoel stuurt, maar echt begrijpt waar je op bijstuurt,” zegt hij. Volgens hem is dat een noodzakelijke stap om de sector efficiënter en daarmee duurzamer te maken.

Meten is een nood­zakelijke stap om de sector efficiënter en duurzamer te maken.”

Zijn oproep aan beleid en sector is helder: investeer in ontwikkeling en jonge boeren, niet alleen in stoppen. “Er zit zoveel kennis, energie en innovatiekracht in bedrijven die door willen. Geef die ruimte.”


Zelf blijft hij nieuwsgierig. “Er zijn genoeg veehouders die op sommige vlakken beter scoren dan wij,” zegt hij. “Maar mijn uitdaging is om stap voor stap op alle vlakken te verbeteren, binnen de beperkingen van het bedrijf.” Die combinatie van realisme en ambitie typeert zijn aanpak.  “Ik vind het leuk om dingen uit te proberen. Niet op basis van gevoel, maar op basis van data. Want alleen zo kom je echt verder.”

Meer grip krijgen op je bedrijfsresultaten én ruimte houden voor eigen keuzes?

Op deze website het Ministerie van LVVN, vind je heldere uitleg over bedrijfsgerichte doelsturing en wat dit concreet betekent voor jou als boer. Lees onder andere hoe je stuurt op doelen als stikstof en klimaat:

groeiennaarmorgen.nl


Hoe Wessel startte met experimenteren?

Aan het woord

Wessel van Rijn

Wessel optimaliseert samen met zijn vader hun melkveebedrijf
nabij Breukelen

Bekijk de video

Ondernemerschap en de toekomst