Jaargang 31
September 2026

8

Monique & Menno Hoogendoorn

Tussen peer en koe: het erf als klaslokaal

Gijsbert & Giso Boele

Boeren in balans met de omgeving 

In Loenersloot, aan de rand van het Groene Hart en op de grens tussen veenweide en klei, ligt melkveehouderij Boele. Gijsbert Boele, met in zijn kielzog zijn zoon Giso die interesse heeft in opvolging, werkt al 25 jaar biologisch op landgoed Loenersloot. Wat begon als een klassiek familiebedrijf groeide uit tot een biologische melkveehouderij waar landbouw en natuur nauw zijn verweven. De weilanden waar zijn gehoornde koeien grazen, worden omringd door kruidenrijke hooilanden, boomgaarden en griendjes.

Het bedrijf omvat nu zo’n zestig hectare grond, grotendeels gepacht en met een klein deel eigendom, bestaande uit grasland en natuurgronden. Het bedrijf heeft zo’n 60 melkkoeien, 20 stuks jongvee en 30 schapen. Die ontwikkeling ging gepaard met een duidelijke keuze: Boeren in balans met de omgeving. De overstap naar biologische landbouw begin deze eeuw was daarin een belangrijke stap.

Vader en zoon Boele wandelen door hun boomgaard.

Gezonde bodem als basis

Natuurbeheer vormt bij Boele geen losse activiteit, maar een integraal onderdeel van de bedrijfsvoering. Van weidevogelbeheer tot onderhoud van hakhoutbosjes en natuurvriendelijke oevers: het landschap wordt actief verzorgd. “Als je biologisch werkt, ga je anders naar de natuur kijken,” vertelt Gijsbert. “Het moet in evenwicht zijn.”


De manier van werken op melkveehouderij Boele draait om het ondersteunen van natuurlijke processen, te beginnen bij de bodem. Een gezonde bodem wordt gezien als de basis van het bedrijf: wat daar gebeurt, bepaalt uiteindelijk de kwaliteit van het gras, de gezondheid van de koeien en de opbrengst.

Alles komt terug op de bodem. Als die gezond is, groeit er goed gras, en dan blijven de koeien ook gezond.”

Om die bodem gezond te houden, wordt gewerkt met organische mest en zoveel mogelijk eigen voer. Externe inputs worden bewust beperkt. Daarnaast wordt er geëxperimenteerd met maaisel uit eigen agrarisch natuurbeheer om te gebruiken als natuurhooi en strooisel, om zo de kringloop op het bedrijf verder te sluiten. Via de ligboxen wordt gehakseld natuurhooi gemengd met drijfmest, wat de bodemkwaliteit een impuls geeft. Het grasland wordt extensief beheerd, waardoor kruiden vanzelf de ruimte krijgen. “Het is niet dat we dat allemaal hebben ingezaaid,” zegt zoon Giso: “Het groeit hier vanzelf.”

De koeien eten verschillende grassen en kruiden die ontstaan op het land
​​​​​​​

Natuur als onderdeel van de bedrijfsvoering

Die betrokkenheid bij natuurbeheer ontstond niet van de ene op de andere dag. In eerste instantie werd er aangesloten bij lokale initiatieven voor weidevogelbescherming. Van daaruit groeide het besef dat natuur en landbouw elkaar kunnen versterken. “Door ermee bezig te zijn ga je anders kijken,” legt Gijsbert uit. “Je gaat kansen zien.” Een concreet voorbeeld daarvan is het aanleggen van voederhagen en bosjes. Deze bieden niet alleen schaduw en beschutting, maar ook voedingsstoffen en natuurlijke medicijnen voor de dieren. “Een koe zoekt zelf wat ze nodig heeft,” legt Giso uit.


Op het bedrijf zijn die keuzes zichtbaar. Oude boomgaarden worden onderhouden, houtwallen en knotbomen blijven behouden en sloten zijn ingericht als natuurvriendelijke oevers. Ook in het dierenmanagement is die filosofie zichtbaar. Zo lopen de koeien met hoorns en wordt gekozen voor rassen die passen bij het systeem.

Verbinding met de omgeving

Door het natuurbeheer staat het bedrijf automatisch in verbinding met zijn omgeving: Het maakt deel uit van een groter landschap waarin verschillende functies samenkomen: landbouw, natuur en recreatie in het agrarische cultuurlandschap rondom Kasteel Loendersloot. Weidevogelbeheer doen Gijsbert en Giso op hun eigen manier zonder de provincie, denkend aan insecten en andere biodiversiteit voor de weidevogels. Hierin wordt ook samengewerkt met andere partijen, zoals het regionale gebieds-collectief, de lokale weidevogelvereniging en grondbezittende organisaties zoals Utrechts Landschap en Natuurmonumenten. Die samenwerking vraagt soms om afstemming en geduld.

Je hebt met meerdere partijen te maken, en iedereen heeft zijn eigen belangen. Toch zien zij die samenwerking vooral als een kans.”

Door samen te werken ontstaat er meer ruimte voor natuur en blijft het landbouwbedrijf een geïntegreerd onderdeel in het gebied.


Hoewel het bedrijf van oorsprong vrij gesloten was, gelegen aan een laan en achter een erf, denken vader en zoon steeds meer na over hun relatie met de buitenwereld. “Iedereen fietst hierlangs en kijkt naar de koeien,” zegt Giso: “Dan is het ook leuk om daar iets mee te doen.” Zo wordt er gekeken naar mogelijkheden om zuivelproducten en appelsap van eigen land lokaal af te zetten. Het bedrijf levert al melk aan een lokale ijsmaker, zodat consumenten in de regio indirect kennismaken met het bedrijf. Daarnaast wordt er nagedacht over het toegankelijker maken van het erf. Niet op grote schaal, maar op een kleinschalige en authentieke manier die past bij het bedrijf.


Door natuurbeheer niet als aparte activiteit te zien, maar als onderdeel van de bedrijfsvoering, ontstaat een bedrijf dat bijdraagt aan zowel voedselproductie als biodiversiteit. De maatschappelijke rol van het bedrijf zit daarmee niet alleen in wat er geproduceerd wordt, maar ook in hoe het landschap wordt beheerd en hoe samengewerkt wordt met de omgeving. Melkveehouderij Boele maakt zichtbaar hoe landbouw en natuur elkaar kunnen versterken, en hoe het zo op meerdere manieren verbonden is aan de brede maatschappij.

Als je biologisch werkt, ga je anders naar de natuur kijken. Het moet in evenwicht zijn.”

Aan de slag met subsidie voor agrarisch natuurbeheer en landschapselementen

De provincie Utrecht investeert dit jaar 5,6 miljoen in natuurbeheer:
Lees het artikel


Starten met landschapselementen:
Lees het artikel


Meer informatie over agroforestry:

Aan het woord

Gijsbert &
Giso Boele

Vader Gijsbert en zoon Giso boeren al 25 jaar biologisch op landgoed Loenersloot