Maatschappelijke impact:

Melkveebedrijf als dagbesteding voor jongeren met psychische problematiek

Jan en Conny Graveland hebben hun melkveebedrijf in Oudewater in 2009 uitgebreid met een zorgboerderij. Een keuze vanuit hun hart en de wens om een maat­schap­pelijk steentje bij te dragen. 

Ervaring als pleegouders gaf inzicht 

Jan en Conny zijn beiden opgegroeid op een melkveebedrijf. Jan nam in 2000 het bedrijf van zijn ouders over. Conny werkte toen in het vmbo-onderwijs als docente. Voordat zij zelf kinderen kregen, kwamen zij in aanraking met pleegzorg en namen zij tijdelijk een tiener met een moeilijke thuissituatie in huis. “Opeens zagen we ons melkveebedrijf door haar ogen. Hier is ruimte en structuur, er is altijd iemand thuis, er zijn dieren, er is contact met de natuur. Deze prikkelarme omgeving deed haar goed”, vertelt Conny.

“De rust die je hier vindt,
vind je niet in een schoolklas.”

Conny en Jan Graveland

Met de groei van ons gezin groeide ook de wens om als gezin vaker bij elkaar te zijn. “We hadden een mooi bedrijf maar ik haalde daar werk technisch gezien mijn voldoening niet uit, ik ben een ‘mensenmens’. En door onze ervaring als pleegouders kriebelde het om meer voor jongeren te doen”, aldus Conny. Zo ontstond zorgboerderij De grazige weiden.


Hoe start je een zorgboerderij? 

Toen Jan en Conny in 2009 startten met de zorgboerderij ging dat nog vrij eenvoudig. Conny licht toe: “Ik volgde in aanloop een trainings­programma. Ik moest me verdiepen in de doelgroep en onder meer een bedrijfsplan en risico-inventarisatie maken. Maar wettelijk gezien waren er nog veel minder harde eisen dan nu het geval is.” 


Door de transitie van de jeugdzorg naar gemeenten in 2015 is veel veranderd. “De zorg is nu op contract via gemeenten. Dat maakte dat we ons als zorgboerderijen onderling meer zijn gaan verbinden om gezamen­lijk de inkoop bij gemeenten te regelen.” Een zorgboerderij wordt gezien als zorginstelling met bijbehorende wet- en regelgeving en moet jaarlijks verantwoording afleggen aan de Inspectie Jeugd en Gezondheid. 

 “Terecht dat we goed gecontroleerd worden, het gaat om gemeenschapsgeld.’’

Stap voor stap groeien

De rolverdeling is duidelijk: Jan runt het melkveebedrijf en Conny de zorgboerderij. Van vier jongeren op zaterdag aan de keukentafel groeide de zorgboerderij naar een volwaardige dagbesteding van vier dagen in de week, voor 5 tot 9 deelnemers per dag. Die groei ging stap voor stap. Op gevoel, op wat er nodig was en wat bij hen paste. 


“Het is een bewuste keuze om te focussen op jongeren met hechtings- en traumaproblematiek, die niet of nauwelijks naar school gaan. Daar hebben we persoonlijk het meeste feeling en ervaring mee en voor hen kunnen we dan ook het meeste betekenen”, zegt Conny.


Over kringloop, voederhaag en klein voedselbos

Ondertussen groeide het melkveebedrijf ook, echter niet in omvang. Jan licht dat toe: “Daar waar de westerse gedachte gericht is op almaar groei, wilden wij vooral doen wat bij ons past.” De kringloopgedachte inspi­reerde Jan steeds meer en is vanaf 2010 leidend in de bedrijfs­voering. Hij volgde via een subsidie van de provincie Utrecht een cursus bij voedselbos Schevichoven en deed mee aan het project Hollandse Lagen.” 


“Met het idee van de zorgboerderij in ons achterhoofd rekenden we alles goed door. En constateerden dat minder koeien en bio­logisch worden – we werkten al zo’n acht jaar vanuit die gedachte - hetzelfde opleverde.” Jan en Conny brachten hun melk­vee terug van 60 naar 40 koeien en mogen sinds voorjaar 2024 het label biologisch voeren.


Vorige winter plantten Jan en Conny met hulp van vrijwilligers 800 meter struiken die over 4 à 5 jaar een voederhaag vormen. Deze biedt natuurlijk voedsel voor het vee en bevordert de biodiversiteit en robuustheid in het kader van klimaatverandering. Daarnaast startten ze een klein voedselbosje. 

“Zoek aansluiting bij orga­nisaties en andere zorgboerderijen. Dit kan je niet alleen!”

Een kijkje nemen op de boerderij van Jan en Conny? Bekijk de video:

Dit jaar zijn er kennis-bijeenkomsten over dit onderwerp.

De toekomst: niet meer, wel beter.

Hoe de toekomst eruitziet? Jan en Conny kijken gewoon wat er op hun pad komt. “Doen waar we blij van worden, wat nodig en behapbaar is, geen grote stappen. En onafhankelijk blijven” zegt Conny. Jan voegt eraan toe: “Wij zijn ‘finetuners’, we willen niet meer, maar beter.”


Natuurlijk moet er inkomen gehaald worden uit werk, maar bij het woord verdienmodel krijgen ze allebei jeuk. “Het maatschappelijk delen vinden we belangrijk. Verder hebben we weinig nodig”, aldus Conny.


“Bezint eer ge begint” én verbindt

Voor mensen die overwegen een zorgboerderij te starten hebben ze meerdere adviezen. “Ga praten en op bezoek bij collega’s. Maar ga vooral ook goed te rade bij jezelf, of het echt bij je past. Er komt heel veel bij kijken, onderschat het niet!”, zegt Conny. “Je hebt continue mensen om je heen, de grens tussen werk en privé vervaagt. Bovendien is er heel veel administratie en rapportage nodig om aan alle eisen van een zorginstelling en het keurmerk te voldoen.” 

Lees meer over praktische ondersteuning

Er zijn subsidies voor het starten van een zorgboerderij mogelijk maar Jan en Conny hebben hier geen gebruik van gemaakt. Conny adviseert nog: “Coöperatie Zorg Ondersteunend Nederland regelt voor ons de contracten met de gemeenten en functioneert als een soort backoffice. Dat is heel fijn. En sluit je aan bij de landelijke Federatie Landbouw en Zorg en een regionale organisatie waarin zorgboerderijen verbonden zijn.”


Tot slot geeft Conny mee: “Het is prachtig mooi werk, maar echt hard werken. Je moet het niet voor het geld doen.”

Zelf een zorgboerderij starten?

Lees meer over de landelijke federatie Landbouw en Zorg